Ik baan mij een weg tussen het muskietnet boven mijn bed door naar het toilet. Scheisse!
Leuk is anders…
Onder luid protest van mijn darmen keer ik weer naar mijn bed. Geen 10 minuten later… Als dit zo doorgaat…
Merde! Om 5:30 zou ik moeten klaarstaan om op safari te gaan.
Imodium, dat had ik toch mee. Ik zou er liever afblijven maar in de gegeven omstandigheden kan ik niet anders… Eentje dan.
Als ik wat later nog eens op het toilet zit lees ik de bijsluiter: ik zou er eigenlijk 2 moeten nemen. Hmmm…. Neen dus, maar ik steek ze voor alle zekerheid tussen mijn bagage.
Mijn darmen kalmeren zich wondersnel en ik kan nog een uurtje rusten om dan om 5:30 in te stappen voor mijn eerste safari in Kenia.
Met een krakende minibus gaan we richting Tsavo, het grootste natuurpark van Kenia. Voor we het park binnenrijden even halt houden in een bar die ook souvenirs aanbiedt. Of is het omgekeerd. In elk geval, ik probeer mijn gemist ontbijt in te halen door thee te drinken wat door mijn darmen op een vervaarlijk gegrom onthaald wordt. Hmmmmmm…. Dan toch maar een tweede tabletje innemen?
Het duurt maar even om te voelen dat mijn hele inwendige ik aan ’t vechten is tegen zichzelf. Krampen, braakneigingen,… en bij elke km die we het park naderen, vermindert mijn energie om ervan te genieten.
We zijn het park nog maar even binnengereden als zich een luipaard aandient. Het poseert zelfs mooi voor de foto’s. Maar goed ook, want lang rechtstaan zie ik niet meer zitten. Even verder staan wat gazellen… ik laat ze begaan. Nog verder hangt een arend boven mijn hoofd in een boom… ik laat hem hangen. In een vlakte lopen wat knobbelzwijnen rond. Best grappig, want ze lijken op het zingende zwijn uit de Lion King maar voor mij is op dit ogenblik niets “hakuna matata!” 
Plots een wilde scène: een minibus die een andere minibus uit de modder probeert los te trekken. Het manoeuvre lijkt nogal onwaarschijnlijk maar de minibussen winnen het van de modder. Goed zo, nu kunnen wij ook verder en wat doet onze volgzame chauffeur… hij rijdt in het modderspoor en ja hoor… nu zitten wij vast. Mensen zijn kuddebeesten.
De vastgelopen minibus is al weg, alleen de redder in nood is er nog en die waagt een tweede poging en neemt ons – letterlijk - op sleeptouw. Maar de kabel breekt en… ook de redder verdwijnt aan de horizon.
Daar staan we dan, somewhere in the middle of a whildpark, in de hitte en in de modder. Ik zie het niet meer zitten, alle energie is uit mij verdampt. Ik kan de anderen er nog net op wijzen dat in de verte een giraf staat, ze stappen uit, ik blijf liggen.
Met zijn ouderwetse CB vraagt de chauffeur om hulp aan de parkwachters of anderen in de omgeving. De hulp komt eraan horen we, pole pole. Ondertussen onderneemt hij nog een verwoede poging om op zijn eentje los te geraken: gas geven, duwen. De minibus siddert en davert. Mijn ingewanden ook. De hele situatie verergert. En niemand komt verlichting brengen.
Na ong. 20 minuten een minibus met toeristen. Die zal proberen ons er achterwaarts uit te trekken: de kabel wordt aangespannen en ja hoor… hij rijdt zich ook vast. 1 klein negertje. Toen waren ze weer met twee.
Takken onder de wielen, aarde wegscheppen, nog eens proberen. De modder spat op… terwijl ik probeer te slapen. Niets lukt.
Uit het niets komen 2 zware jeeps aangereden. Jeeps zijn de olifanten onder de vierwielers: met hun hulp zou het moeten lukken. Aangezien er geen verbodsborden staan, parkeert 1 zich aan de kant van de weg, op de berm, de andere zal pogen ons eruit te trekken. De jeep schreeuwt en brult, balt zijn spieren en spuwt zwarte rook…. En trekt ons los… het begint beter te gaan.
De kabel wordt aan de andere minibus gelegd, de jeep trekt en… verkrampt zich in de modder.
De redding zal moeten komen van de andere jeep. Maar die komt er niet, de berm was zacht, de jeep is in de modder weggezakt. 3 kleine negers…
Ultieme poging: de kabel vastleggen aan de eerste jeep en onze minibus, het allegaartje van beschikbare mannen (Duitsers, Italianen, Britten en Kenianen) duwen de jeep, onze minibus trekt. Eendracht maakt macht en ja: onder het gehuil van de motor en het gejuich van de vrouwen krijgen ze hem los. Ik lig te kermen van de pijn.
De solidariteit onder de jeeps is groot dus trekt jeep 1 eerst jeep 2 los. Hoera, er komt schot in de zaak.
Eén jeep offert zich daarna om de andere minibus los te trekken, in de andere richting deze keer: driewerf hoera, want ook dat lukt. 4 kleine negertjes.
Door al het schudden en beven zijn mijn darmen blijkbaar wel een beetje in een comfortabeler positie terechtgekomen, en ik kan weer lopen.
Na twee uur oponthoud kunnen we uiteindelijk weer verder … gelukkig maar… de giraf is uiteraard verdwenen, maar de “echte” olifanten zaten in de buurt en eentje zag er echt niet welgezind uit…
Even later ontmoeten we de parkwachters: of alles in orde is? Ja hoor, leuke safari!!!
Of we daarna nog veel gezien hebben… nog even geduld… ik probeer een fotoreportage te maken uit de bijna 300 foto’s die ik getrokken heb.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten