De eerste 24 uur in Malta.
Wanneer ik de luchthaven uitkom in Malta is het 23 uur. Ik ben blij dat ik opnieuw kan beginnen werken. Maar ’t is pas als ik enkel blanken zie dat ik me ten volle realiseer dat ik niet meer in Kenya ben. Malta is the place to be voor de komende weken of maanden. Een vreemd gevoel van droefheid komt over mij.
Filip wacht me op en is blij me te zien: mijn komst betekent immers dat hij binnenkort met vakantie kan gaan. Hij is een aardige en vriendelijke collega. Tijdens de rit naar het hotel waar ik voor een week zal verblijven, praten we wat over het werk. Malta is ok, geen grote problemen hier.
Het is slechts even voor middernacht als ik in San Pawl hotel in St. Paul’s bay aankom. Het inchecken gaat vlot maar de kamer is toch een teleurstelling.
Eerst en vooral is het er koud: geen verwarming op de kamer. En dit bij buitentemperaturen die nauwelijks 10°C halen. Ik ben echter te moe om me daar zorgen over te maken en maak me klaar om te gaan slapen. Maar wanneer ik de (vuile!) bedsprei wegneem wacht de volgende verrassing: geen deken, enkel een dun, klein laken. In paniek open ik de kleerkast. Ik vind daar iets wat moet doorgaan voor een donsdeken. Zo moet ik nog voor ik ga slapen zelf mijn bed opmaken. En dat voor een 3* hotel. Herinneringen aan de jeugdherberg komen boven.
Jammer genoeg is dit donsdeken zo dun en de kamer zou koud dat ik nauwelijks slaap: ik word enkele keren rillend van de kou wakker.
Ik ben dan ook niet echt uitgeslapen als ik ’s morgens opsta. Hopelijk brengt het ontbijt wat troost. Een groep luidruchtige Engelsen wacht aan het restaurant; ik stap binnen: het is immers reeds 7:30…
Het is zeer duidelijk dat dit een hotel voor Britse gasten is: een “full English breakfast” met alles erop en eraan: eieren, spek, tomaten, bonen… maar geen croissants, geen yoghurt, ongelukkige confituur (3 verschillende kleuren maar allemaal dezelfde smaak) en slechts 2 soorten brood. Alle warme dranken komen uit een nescafé poederautomaat en ook het fruitsap is artificieel; geen verse koffie of thee, zelfs geen water.
Voor ik het hotel verlaat meld ik de dame aan de receptie nog dat ik het heel koud gehad heb gedurende de nacht. Ze lijkt verbaasd: “Heb je dan geen verwarming op de kamer?”. Ik ben nog meer verbaasd: ze zou toch moeten weten dat er geen verwarming is in deze hotelkamers. Ze zal housekeeping verwittigen.
Highlights of Malta staat op het programma. Een minibusje brengt me naar het verzamelpunt waar de tour start. Onderweg zie ik een bus verklede schoolkinderen, klaar om carnaval te vieren: ik verwacht dat ze naar me zullen wuiven, zoals ik de laatste twee jaar zo vaak gezien heb. Maar ze wuiven niet en kijken me onverschillig aan, zelfs het enige zwarte jongetje dat er tussen zit. Een stem in mij zegt me: Ilse, je bent niet langer in Kenia, kinderen zwaaien hier niet naar jou, kinderen zijn hier “cool”.
Maar Malta is een mooi eiland met veel cultuur, geschiedenis en kunst. Ik zal tijd nodig hebben om alles te zien.
Voor deze excursie is het middagmaal inbegrepen. Wanneer ik de frietjes zie op mijn bord neem ik instinctmatig het zoutvat. De Duitse toerist die tegenover me zit merkt op: “Jij doet zout op je eten zonder het zelfs te proeven!”.
Mijn eerste gedachte is om hem eens vlug op zijn plaats te zetten met een “moei je met je eigen bord”, maar ik zwijg, neem eens diep adem en zeg dan heel rustig: “ik had al gezien dat er nog geen zout op was…” Ik denk dat hij het begrepen heeft…
Na een aangename en interessante dag word ik terug voor mijn hotel gedropt. Terug op mijn kamer merk ik dat mijn bed niet opgemaakt is. Ook geen bijkomend deken of verwarming beschikbaar.
Ik ga terug naar de receptie en vraag de jonge dame aan de receptie of de kamers niet dagelijks opgemaakt worden en wat ze aan de koude in mijn kamer kan doen. Ze zal het even nakijken.
Ik ga de omgeving van het hotel wat verkennnen en uitzoeken of er aan de zee een mogelijkheid is om te gaan jogging. En hoewel Malta een eiland is met een kustlijn van 136 km, is er geen strand. Dus geen jogging.
Wanneer ik 2 uur later het hotel bereik, is er nog steeds geen room service geweest, geen verwarming. Ik vraag het de dame aan de receptie opnieuw en ze belooft dat er onmiddellijk niemand zal komen. Ondertussen maak ik zelf wel mijn bed op.
Ik wacht meer dan een uur in mijn kamer en wanneer ik bijna volledig blauw ben van de kou dring ik er bij de receptie op aan: als ik terugkom van het avondeten, wil ik dat er verwarming staat in mijn kamer.
Maar ook na het eten geen verwarming. Ik besluit dat ik het dan maar aan de duty manager zal vragen. Een dikke in het zwart geklede man komt naar me toe. Ik probeer hem alle problemen uit te leggen die ik tot dan toe gehad heb (vuile bedsprei, dun deken, verwarming die maar niet komt) maar het enige antwoord dat hij me kan geven is dat er op dat ogenblik geen verwarming beschikbaar is.
Ik kan het nauwelijks geloven. Volgens hem moet ik gewoon wachten, ook al ben ik bijna onderkoeld. Om 22:00 zal er eentje beschikbaar zijn, en dan zal hij het naar mijn kamer brengen. Dit raakt aan het onwaarschijnlijke en ik begin kwaad te worden. Maar ergens zie ik dat hij er ook mee verveeld zit. In zijn ogen lees ik: “deze gast heeft gelijk, maar ik kan haar niet helpen.”
Ik herken een dergelijke situatie, maar toen ging het over handdoeken die niet beschikbaar waren.
Er zit niets anders op dan nog 2 uur in mijn koude kamer te wachten. Ik lees een boek; rondspringen zou me wel opwarmen maar dat stoort de buren zo.
Om 22:15 ga ik nog eens naar beneden: waarom heb ik nog steeds geen verwarming? Omdat er nog steeds geen beschikbaar is. Mijn bloed kookt, of beter: is vervroren. Ik bel Kurt, de TC admin manager en leg hem het probleem voor. Hij kan me niet verder helpen. Naar een ander hotel verhuizen is geen optie, want er zijn geen kamers vrij. Hij zal zelf eens naar de hotelmanager bellen.
Ondertussen ga ik naar mijn kamer terug, hopend dat er iets gebeuren zal.
22:30: de duty manager klopt op de deur: “ik heb verwarming voor u mevrouw”. Eindelijk. Ik ben opgelucht. Ik zie dat hij ook opgelucht is en hij is zelfs vriendelijker dan tevoren.
23:00. Ik ben nu 24 uur in Malta. Terwijl ik dit schrijf besef ik dat ik, enkele jaren geleden, in dergelijke omstandigheden al flink van mijn oren had gemaakt. Nu heb ik een glimlach om mijn lippen. Natuurlijk is het niet leuk. Maar ik heb veel geleerd in Kenia: er zijn ergere dingen. En met kwaad worden los je het probleem niet op, ook al kan je stem verheffen wel een beetje de situatie veranderen.
Maar dit is zeker: ik laat die verwarming de hele nacht aanstaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten