7:30, de ontbijtzaal is al een half uurtje open.
Ik zet me neer en 1 van de garçons merkt dat ik geen tas heb. Hij “waggelt”, want “gaan” kun je zijn loopje niet noemen, naar een andere tafel, neemt tas en ondertas en plaatst ze bij mij op tafel. En dan verdwijnt hij.
Ha, wel tas en ondertas, maar niets om te drinken.
Wat later komt een jonge “trainee”; of ik koffie wil. Neen, maar wel een half litertje water mèt glas.
Na mijn ontbijt zou ik thee willen drinken, dus ik spreek een andere trainee aan, dit keer een meisje: thee met citroen, aub.
Het meisje verdwijnt opnieuw en aan haar doen zie ik dat ze niet de intentie heeft om mij nog iets te brengen.
Als ik haar na enkele minuten roep en zeg: ik wacht noch steeds op mijn citroen, antwoordt ze stereotiep: aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaah en wandelt weer weg.
Nu verdwijnt ze volledig uit het zicht en minuten later is ze nog niet terug.
De andere trainee komt langs en vraagt of ik nog wat water wil.
Zit jij nu nog steeds te wachten op je citroen? vraagt de chef-kok die er ondertussen bij is komen zitten.
Vanaf morgen moet ik “ndimu” vragen… Dat zou beter werken.
Hij kijkt me vreemd aan en begrijpt niet waarom ik een glas wil… ‘tjah, de meesten nemen hun flesje water mee, maar ik drink het uit natuurlijk.
Ze verdwijnt en komt terug met thee en… melk.
Wat is dit?
Melk!
Heb ik melk gevraagd?
Neen!
Ok, neem de melk dan meer terug mee en breng mij aub wat ik gevraagd hebt.
Neen, maar kan je aub je collega zoeken die citroen aan ’t zoeken is voor mij?
Eh… ja.
Waarschijnlijk weet ze niet wat je bedoelt en is ze verdwenen om niet te moeten toegeven dat ze het niet weet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten